Het is 1968. Kaapverdië is al bijna 400 jaar in handen van de Portugezen. Locals zijn de bergen ingevlucht en per jaar worden er honderden slaven verhandeld naar de westerse wereld. Onderdrukking is aan de orde van de dag. Toch is verandering op komst. Het vertrek van een schip vol muziekinstrumenten vanuit Baltimore zal het leven van de Kaapverdianen snel doen veranderen. Heel snel.
Een muzikaal lot
De zee kalm, de containers stevig vastgemaakt en een ervaren bemanning. Niks staat een goede reis van de nieuwste orgels van de merken Korgs, Moogs en Hammond in de weg. Over een paar dagen komen ze aan in het Braziliaanse Rio de Janeiro waar ze op een tentoonstelling worden geshowd. Maar het lot beslist anders. Nog geen dag na het vertrek uit Baltimore in maart 1968 verdwijnt het schip onverklaarbaar.
Een paar maanden later duikt het schip weer op. Zonder bemanning, maar met de instrumenten die bijna allemaal in perfecte staat zijn. Locals op het Kaapverdische eiland Sao Nicolau kijken hun ogen uit. De Portugese bezetters ook. Een vrachtschip verlaten voor hun eiland. De politie vordert de vracht. Wanneer onafhankelijkheidsstrijd Amílcar Cabral hoort dat er instrumenten in het schip liggen besluit hij de orgels te verspreiden onder de scholen op Kaapverdie en te verstoppen in kerken.










