Santo Antao: het groene paradijs
Met de ferry varen we van Sao Vicente naar Santo Antao. Volgens sommigen het mooiste eiland van Cabo Verdo én een paradijs voor hikers. Dat laatste zijn we absoluut niet, maar een wandeling naar onze guesthouse die in een prachtige groene vallei ligt, zien we wel zitten. Een busje brengt ons vanuit de haven via een rotsachtig, verdord gebied naar de start van onze wandeling.
Op onze sneakers beginnen we vol goeie moed aan deze 3 uur durende tocht. We moeten eerst door dichte mist om daarna te merken dat we middenin een groene vallei staan, met hier en daar een landbouwhuisje en terrasbouw, alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Er volgt een korte maar stevige klim naar de top van de berg waar ons een fantastisch uitzicht werd beloofd. Helaas. De mist hangt zo dicht dat we enkel een wit gordijn zien. Voetje voor voetje schuifelen we op het vochtige pad weer naar beneden. Het is stijl en glad, maar zelfs met onze ongetrainde benen en simpele gympen is de afdaling goed te doen. En ook hier trekt de mist beetje bij beetje op. Alsof de vallei haar schoonheid en rijkdom niet in 1 keer wil prijsgeven.
Eerst wanen we ons in een botanische tuin, warm en vochtig met jungleplanten die komen piepen, daarna wanen we ons in een droom, met planten in alle tinten groen, kleine gekleurde huisjes als lego blokjes in de dieptje, een schooltje en een hobbelig pad, en heel af en toe een auto in de verte beneden ons. De jongens krijgen weer extra zuurstof en stappen voor ons uit. De meisjes worden stil als ze de ware schoonheid tot zich laten doordringen. Wat een fantastisch uitzicht.
We vervolgen het laatste stukje van onze tocht tussen de bananenbomen, bamboeplanten en mini huisjes. Ofwel worden we door de bewoners hartelijk begroet ofwel volkomen genegeerd. We hebben niet het gevoel dat hier veel toeristen komen, maar we worden ook niet als aliens bekeken. Ieder doet hier zijn ding. Een smal paadje leidt ons uiteindelijk tot onze guesthouse Casa Cavoquinho, met het mooiste uitzicht op de vallei. De kamers worden verdeeld en als lunch eten we een smakelijke salade en pasta, bereid met home grown producten uit de tuin. Er wordt hier voorzichtig met voedsel omgesprongen. Geen te grote porties, maar wel verse en gevarieerde gerechten.
De rest van de dag chillen we met het hele gezin in het dorpje. Er staat een voetbaltafel op een pleintje, er is een alleraardigst mini winkeltje met drank, en we spelen kaartspelletjes in een barretje terwijl vrouwen de koffiebonen fijnstampen. Dat het hierboven eerder grijs en vochtig is, stoort ons niet.