Nederlands vlieggedrag onder de loep: van vliegschaamte tot vliegtaks

Onderzoek naar Nederlands vlieggedrag
Vliegen we massaal de wereld rond, of blijven we toch steeds vaker aan de grond? Voor veel Nederlanders is het vliegtuig een vanzelfsprekend vervoermiddel voor vakantie en werk, maar hoe vaak stappen we er daadwerkelijk in en hoe voelen we ons daarbij? Voor dit onderzoek onder 1000 Nederlanders bekeken we niet alleen het vlieggedrag, maar ook vliegschaamte, de relatie tussen vliegen en politieke voorkeur, en de bereidheid om extra te betalen voor een klimaatneutrale vlucht.
Hoe vaak Nederlanders het vliegtuig pakken
Het nieuwe jaar is begonnen, tijd voor nieuwe vakantieplannen. Maar ga je met de auto of het vliegtuig? Uit ons onderzoek blijkt dat we helemaal niet zo vaak vliegen als je misschien denkt. Zo vliegt een kwart van de Nederlanders één keer per jaar, waarbij we een retourvlucht als één tellen. 21% vliegt zelfs minder dan één keer per jaar en 19% blijft het liefst helemaal aan de grond. Voor één op de vijf Nederlanders geldt dat zij twee keer per jaar vliegen. 7% vliegt drie keer en 5% vier keer. Slechts een kleine 3% vliegt vijf tot tien keer per jaar, en slechts vier Nederlanders meer dan 15 keer. Gemiddeld vliegen vrouwen minder vaak dan mannen.
Wie vliegt het meest en wie het minst?
Niet iedereen vliegt even vaak en leeftijd speelt daarbij een duidelijke rol. Hoe ouder we worden, hoe minder we vliegen. Jongeren tussen de 18 en 24 jaar en 25 tot 34 jaar vliegen gemiddeld twee keer per jaar. Bij Nederlanders van 35 tot 64 jaar ligt dat gemiddelde rond één keer per jaar, terwijl 65-plussers meestal minder dan één keer per jaar het vliegtuig pakken.
Tegelijkertijd zijn er binnen sommige leeftijdsgroepen duidelijke uitschieters. Vooral onder 18- tot 24-jarigen en 45- tot 54-jarigen bevindt zich een kleine groep zeer frequente vliegers, die tien keer of vaker per jaar vliegt.
Er is ook een duidelijk verschil in het reisgedrag tussen stemmers van verschillende politieke partijen. Zo vliegen stemmers van DENK, JA21, SGP en mensen die blanco stemden gemiddeld het vaakst. Hieronder hebben we dit overzichtelijk in beeld gebracht.

Vliegen met een schuldgevoel
Niet iedereen stapt met een gerust hart het vliegtuig in. Vliegschaamte, het schuldgevoel dat kan ontstaan wanneer mensen met het vliegtuig reizen omdat ze zich bewust zijn van de negatieve impact op het milieu, leeft onder Nederlanders, maar zeker niet bij iedereen. Voor een kleine groep speelt het gevoel een duidelijke rol: 5% ervaart vaak vliegschaamte en 17% af en toe. Tegelijkertijd voelt de meerderheid zich nauwelijks of helemaal niet schuldig over vliegen. Zo geeft 59% aan zich er nooit zorgen over te maken.
Ook op provinciaal niveau zijn er verschillen zichtbaar. In Utrecht (37%), Groningen (32%) en Noord-Holland (27%) ervaren reizigers het vaakst vliegschaamte, terwijl in Zeeland (88%), Drenthe (69%) en Flevoland (68%) juist de minste mensen zich schuldig voelen over vliegen.
Opvallend is dat vrouwen over het algemeen iets meer last hebben van vliegschaamte dan mannen. Vooral jonge volwassenen merken dit vaker: 12% van de 18-24-jarigen en 11% van de 25-34-jarigen voelt zich vaker schuldig. Oudere reizigers hebben er het minste last van; 68% van de 65-plussers maakt zich er zelden tot nooit zorgen over.
Bewustzijn en gedrag lopen niet altijd gelijk
Jongeren vormen een opvallende tegenstelling. Ondanks dat vliegschaamte onder hen het meest voorkomt, vliegen zij gemiddeld juist het vaakst. Zowel 18- tot 24-jarigen als 25- tot 34-jarigen pakken gemiddeld twee keer per jaar het vliegtuig, terwijl 31% van de 18-24-jarigen en 35% van de 25-34-jarigen wel vliegschaamte ervaart.
Volgens gedragsexpert Dirkje van der Ven is dit een bekend mechanisme: “Dat jongeren zich schuldig voelen en toch blijven vliegen is heel menselijk. Dit spanningsveld heet cognitieve dissonantie: het ongemakkelijke gevoel dat we ervaren wanneer onze overtuigingen en ons gedrag met elkaar botsen. In plaats van ons gedrag aan te passen, praten we het vliegen vaak voor onszelf goed. Bijvoorbeeld door de gevolgen te bagatelliseren; ‘Zo erg zal het wel niet zijn’, ‘Die vliegtuigen gaan toch wel, of ik nu mee ga of niet’.”
Ze legt uit dat dit komt doordat ons onbewuste brein veel invloed heeft: “Hoewel motivatie om minder te vliegen helpt, zijn er simpelweg te veel factoren die meespelen, zoals kosten, sociale normen en praktische overwegingen. Het bewuste brein kan wel beredeneren waarom we minder zouden willen vliegen, maar uiteindelijk wint vaak de weg van de minste weerstand.”
Politieke voorkeur en vliegschaamte
Niet alleen leeftijd speelt mee, ook politieke voorkeur heeft invloed op hoe schuldig we ons voelen over vliegen. Kiezers van partijen als Volt, Partij voor de Dieren en GroenLinks ervaren het vaakst vliegschaamte. Bij partijen die duurzaamheid belangrijk vinden, komt het gevoel dus duidelijk meer voor. Aan de andere kant voelt een grote meerderheid van kiezers van onder meer de PVV, JA21, FVD, 50PLUS en mensen die blanco stemden of niet hebben gestemd, helemaal geen vliegschaamte. Dit laat een duidelijk patroon zien: bij stemmers van partijen die meer nadruk leggen op maatschappelijke en klimaatthema’s komt een schuldgevoel bij het vliegen vaker voor dan bij andere politieke groepen.
Wat vliegschaamte doet met ons gedrag
Voor wie wél last heeft van vliegschaamte, heeft dat soms invloed op de keuzes die deze groep maakt. Zo vliegt 27% minder en kiest 21% vaker voor de trein. Anderen passen hun keuzes op een subtielere manier aan: 15% gaat bewust voor directe vluchten en 16% compenseert CO₂. Een kleinere groep wijkt uit naar de bus (7%) of de auto (10%). Toch verandert niet iedereen iets aan zijn gedrag, 38% geeft aan helemaal niks te veranderen. Bij mensen die vaak vliegschaamte ervaren, is dat 5%, terwijl het bij degenen die soms vliegschaamte voelen 17% is. Dit laat zien dat het schuldgevoel niet bij iedereen even groot is.

Vliegen met een groen tintje
De invloed van vliegschaamte op ons gedrag blijkt ook uit de bereidheid om meer te betalen voor een klimaatneutrale vlucht. In totaal zegt 14% zeker bereid te zijn om extra te betalen, terwijl 40% dat alleen zou doen als het prijsverschil klein is. Daartegenover staat dat 43% aangeeft niet bereid te zijn om meer te betalen, terwijl 4% hierover nog geen keuze heeft gemaakt. Vrouwen blijken iets vaker bereid te zijn om bij te dragen aan een klimaatneutrale vlucht dan mannen, vooral wanneer het prijsverschil klein is.
Is een hogere vliegtaks een oplossing?
De discussie over vlieggedrag gaat verder dan persoonlijke keuzes: ook de overheid wil ingrijpen. Zo is er een voorstel voor een hogere vliegtaks, waarbij middellange vluchten (2000-5500 kilometer) €47,24 duurder zouden worden en langeafstandsvluchten (meer dan 5500 kilometer) €70,86.
Over deze maatregel zijn Nederlanders verdeeld. Zo vindt 27% de hogere vliegtaks een goed idee, terwijl 25% aangeeft dat de maatregel hen niet raakt. Daartegenover staat dat 43% het geen goed plan vindt. Slechts 4% neemt een ander standpunt in.
Dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een survey onder 1000 Nederlanders in de periode van 17 november t/m 10 december 2025.